Een dagje commercieel bezig zijn

Samen met vismaten Leon en Antoine (Twan) hebben we het plan opgevat om in juni 2016 een week te gaan meerval vissen in Spanje op de Ebro. Het is nog lang niet zo ver, maar in het kader van ‘voorbespreken’ hadden we besloten om dit dan gelijk maar te combineren met een dag vissen. Door verhuisperikelen kon Leon helaas niet, dus daarom op zaterdag 19 september met Twan afgesproken op één van de zogenaamde ‘commercials’ die Nederland rijk is: ’t Mun in Appeltern. Voor degenen die dat niet weten, een commercial is een afgesloten viswater waar je tegen betaling kan vissen op Karper. Bij ’t Mun zijn er 2 karpervijvers vijver 7 is de zogenaamde ‘vaste stok vijver’. Hierop zit alleen spiegel en schubkarper. Vijver 8 is bestemd voor alle hengelsoorten en bevat naast karper ook steuren tot ruim over de meter. Deze laatste vijver was ons doel. Wat ik nog wil opmerken over het commercial vissen: veel mensen denken dat het op dat soort water continue ingooien en ophalen is. Natuurlijk kan iedereen daar wel z’n visje vangen,maar wil je echt succesvol zijn en de grote aantallen vangen (wat ik wel als doel heb als ik daar ben), dan moet je werken voor je geld. Je ziet meestal ook een tweedeling in vissers aldaar: de ‘serieuze’ vissers die met een plan komen en de dagjesmensen die denken ‘even’ 20 karpers / steuren te komen vangen. Uitzonderingen daargelaten, valt dat meestal tegen.

Naast vissen en ‘vergaderen’ was het voor mij ook de vuurdoop voor mijn nieuwe viskist. Een ‘Preston Onbox serie 5 3D’ die ik sinds afgelopen week in mijn bezit heb. Thuis had ik deze al een keer volledig opgesteld en voorzien van aastafels, steunen etc., maar de praktijktest moest vandaag plaatsvinden.

Al om 6:30 was ik ter plaatse en ik was de eerste aan de vijver. Na de kist en overige zooi op het bijbehorende transport bevestigt te hebben, kon ik alles in 1 x meeslepend naar de stek lopen. Dat was de eerste test: krijg ik ik alles mee? Test geslaagd. We vissen eigenlijk altijd aan de ‘verre’ kant van de vijver (tov de parkeergelegenheid). De wat ‘luiere’ vissers gaan meestal aan de parkeerkant zitten, maar onze ervaring is dat de verre kant altijd meer vis oplevert. Even later arriveerde Twan ook en gingen we rustig opbouwen. Omdat ik thuis reeds had ‘geoefend’ ging dat redelijk snel. Alles lekker bij de hand en 3 hengels klaar om snel te kunnen wisselen.



Genoeg hengels mee

Voor ons beiden waren de de te gebruiken technieken vandaag:
– Feederhengel met een methodfeeder en korte onderlijn (ongeveer 10cm)
– Feederhengel met een bomloodje en een lange onderlijn (ongeveer 60cm)
– Pellet Waggler (voorgelode dobber waarmee je redelijk hoog in het water vist).


Pellet Waggler en Method feeder

Nadat we dagkaarten hadden gehaald, konden we beginnen. Twan besloot om te starten met flink wat korven voer brengen met de methodfeeder. Ik besloot te beginnen met het bomlood. Daarbij heb je geen voerkorf, maar creëer je een voerplek door gestaag, maar continue pellets bij te schieten met de katapult. Geen compacte voerplek, zoals met de feeder dus, maar een wat grotere plek, waar de vis hopelijk gaat rondzwemmen op zoek naar meer lekkers. Het is geen ruim gedekte tafel, waar de vis kan vreten wat ie wil. Nee, ze komen af en toe een pellet tegen en die moeten ze pakken, voordat de buurman hem heeft. Dat is de theorie natuurlijk. Sowieso is het wat commercials betreft pellets, pellets, pellets wat de klok slaat. (Ja Leon, dat heb ik van jou geleerd).

Pellets is voor de kweekkarpers op commercials ‘natuurlijk’ aas. Daar zijn ze mee groot gebracht. Op ’t Mun heb ik overigens ook altijd een blik SMAC mee. Een killer voor de steur, maar ook de karper is er gek op. Voor mij is bomlood overigens een techniek die ik dit jaar voor het eerst ontdekt heb.

Ondanks dat pellets de hoofdmoot zijn, besloot ik te beginnen met een groene ‘Neo Baits’ egg aan de hair. Het nieuwe heilige aas (als je Neo Baits zelf moet geloven). Letterlijk binnen 30 seconden klapt mijn top dubbel en kon ik even later mijn eerste spiegelkarper landen. Is het dan toch een wonder aasje? Nee, dat niet, want verder kwam er geen actie meer en besloot ik over te schakelen op de de pellet waarmee ik ook aan het schieten was (ook van Neo Baits, de groene versie). Twan haakte tijdens het voeren zijn eerste vis terwijl hij niet eens aas aan de hair had. Vals gehaakt in de rugvin, een ‘bijzonder’ begin noemen we dat ;-).

Zoals vaker in de ochtend op ’t Mun komt het niet echt snel op gang en is het zoeken naar de manier die snel vis oplevert. We pakken zo nu en dan een visje, maar het schiet niet echt op. Er zitten wel een paar mooie dikke exemplaren bij die de hengels mooi krom laten gaan


Na verloop van tijd besluit ik de waggler maar eens in te zetten. Voor degenen die dat niet kennen een korte uitleg. Je vist met een voorgelode dobber op een diepte van 30 tot 100 cm (dieper / ondieper kan ook natuurlijk, dobber kan schuiven). Aan de onderlijn met hair een harde pellet van 6 of 8mm in een baitband aan de hair. Het is één van de meest actieve manieren van commercial vissen, omdat je constant bezig bent. De bedoeling is dat je in een ritme komt van inwerpen, even wachten of de de dobber niet direct onder gaat, 3 pellets bij de dobber schieten en een korte ‘twitch’ zodat de aaspellet even beweegt, weer even wachten en als de vis niet bijt ophalen en de de hele riedel herhalen. Bij elkaar ligt je dobber tussen de 10 en 20 seconden in het water. Het mooie is dat de aanbeet meestal komt direct na het landen van je dobber. De karper reageert in de regel op de ‘splash’ van de dobber. Erg spectaculair natuurlijk, omdat het soms gepaard gaat met een kolk alsof er een snoek op je kunstaas duikt. Met het heel regelmatig bijschieten van pellets zorg je ervoor dat de vis omhoog komt om de zinkende pellets te pakken (en daarbij natuurlijk ook je haakaas). Door steeds weinig pellets te schieten creëer je voedselnijd. Er is immers niet veel eten en dus pakken ze onmiddellijk wat ze kunnen pakken. Als het ritme goed is en de vis gaat los, kan je soms elke worp vis hebben gedurende een periode. Dat vergt natuurlijk wel oefening en ik kan zeggen dat ik dat nu redelijk kan, maar ik zal mezelf geen ster noemen. Twan is een ander verhaal. De vorige keer op ’t Mun zat hij echt in een flow van om de worp vis. Het is ook zaak om ervoor te zorgen dat als je een vis drilt dat je het schiet ritme blijft volhouden om de vis actief te houden. Lastig, maar na wat tips van Twan gaat het me redelijk af.

Op de waggler pak ik redelijk snel een vis, maar het blijft bij die ene. Ik schakel dan weer over naar het bomlood. Ik wis daarmee op dezelfde plek als de waggler. Een groot gedeelte van de geschoten pellets zullen immers op de bodem terecht gekomen zijn. Ook Twan krijgt de vis niet dik op de waggler en wisselt de verschillende methoden af. Gedurende de ochtend pak ik snel na elkaar 2 vissen en een losser op een ‘Spicey Sausage’ pellet op het bomlood, maar dan valt het weer stil. Kort voor de kant (2 a 3 meter) heb ik ook een voerplekje gemaakt met losse pellets. Dit is meestal een plek die ik pas aan het eind van de dag ga bevissen, maar ik besluit het nu maar eens te proberen met de method. Dit keer niet alleen geweekte pellets, maar ook een blik SMAC wat ik door een voerzeef heb gedrukt als voer.

Aan de hair een blokje SMAC en met een onderhands worpje, ligt ie al op z’n plek. Binnen een minuut volgt er al een aanbeet. Een mooie steur van 97 cm kon de SMAC niet weerstaan. Dat het steur was snel duidelijk doordat ie tijdens de dril 2x boven het water uitsprong. Erg spectaculair gezicht.

Een beter foto dan dit is er niet helaas, omdat tijdens het fotograferen de hengel van Twan ook als een gek begon te stuiteren in de steun en hij zijn aandacht dus even moest verleggen ;-).

Tegen het eind van de ochtend heb ik iets van 6 vissen en Twan 4. Voor ’t Mun is dat slecht te noemen. We wisselen veel af en zoeken, naar de juiste methode / aas,maar we krijgen de vis niet echt aan de praat. Qua weer hebben we geluk, maar tegen 13:00 krijgen we een paar fikse buien over ons heen. De grote paraplu’s beschermen ons gelukkig, maar het is nooit fijn vissen vanonder zo’n obstakel.

Ondertussen is het in drukte ook toegnomen, wat nooit bevorderlijk werkt voor de vangsten, maar het hoort erbij. Wat ik echter niet begrijp is dat er vissers zijn die het nodig vinden om hun paraplu met een hamer keihard in de grond te rammen. Dat werkt pas echt niet bevorderlijk. Ben je zo’n visser…… stop daarmee!!

Na de buien klaart het helemaal op en wordt het zelfs lekker warm, blauwe lucht en een zonnetje. In theorie is dat goed weer voor de waggler. Twan lijkt daar ook z’n ritme in te vinden want hij krijgt aardig wat aanbeten en vangt wat vissen, maar totaal ‘karper mayhem’ wordt het niet en het blijft taai. Ik onderga bij mijn waggler visserij ook nog even de blunder van de dag: bij het inwerpen blijft mijn haak hangen achter mijn speedmaster feeder die achter mij in de steun ligt en bij de inworp zwiep ik deze hengel zo de plomp in! Gelukkig vlak voor de kant, dus kan ik hem makkelijk pakken. Bij het weer fatsoeneren van de te water geraakte hengel ligt mijn waggler dobber 1 meter van de kant, maar met aas aan de hair. Wellicht raden jullie het al, maar ook deze hengel valt bijna in het water, maar nu door een karper die de pellet gegrepen heeft. Deze vis kan ik na een mooie dril gelukkig gewoon landen. Beetje vreemd, maar hij telt wel ;-).

Beiden wisselen af met bomlood, method en waggler. We proberen wat ‘gekkigheden’ zoals totaal buiten je voerplek vissen, ‘blind’ inwerpen (twan), ik knoop een zakje pva met pellets aan mijn haak. We vangen onze visjes, maar nog steeds gaat het niet los. We kunnen wel stellen dat we beter vangen dan de rest van de vijver. Bijna alle stekken zijn bezet, maar er is weinig activiteit te bespeuren.

Af en toe een leuke spiegel gelukkig

Het laatste uur van de dag zijn bijna alle vissers vertrokken. Er is bijna geen wind en de zon schijnt, dus persen we er nog een laatste waggler uurtje uit. Dat gaat redelijk en vooral Twan laat zien dat hij deze visserij goed beheerst. Helaas verspeelt hij redelijk veel vis, maar gelukkig komen er ook nog een paar de binnenkant van het net bekijken. De dagafsluiter (op de waggler) is voor mij in de vorm van deze dikke spiegel (opvallend overigens dat de waggler meestal de dikke vissen oplevert). Twan heeft de dril, landing en release vastgelegd op film.

Het is ondertussen 17:15 en het is wel mooi geweest. We zijn moe en hebben honger, dus tijd om de zooi op te ruimen (Oh, leve de roofvisserij waarbij je met een hengel en een tasje kunstaas op pad gaat). Eindresultaat is 18 stuks voor Twan (2x steur, 1x schubkarper, 15x spiegelkarper) en nog zo’n 7 verspeelde vissen, 16 stuks voor mij (1x steur, 1x schubkarper, 14x spiegelkarper) en 1 of 2 verspeelde vissen. Dat klinkt als veel, maar op ’t Mun heb ik als norm dat 20 stuks ok is en alles van 30 en meer is een topdag. Komt wellicht arrogant over, maar dit is nu eenmaal niet natuurlijk water. Niettemin was het een heerlijk dagje vissen. Wat fikse buien halverwege, maar aan het eind van de dag was het prachtig weer. Ik heb mooi kunnen testen met mijn nieuwe spullen en het beviel me prima. Twan, het was een topdag (afgezien van de vangsten). Dat gaan we zeker nog eens overdoen, wellicht in Spanje aan de Ebro. Als dat dezelfde aantallen oplevert hebben we wel spierpijn denk ik 😉

Avondje met de method en met kattenbrokken

Ik heb vakantie, dus lekker veel vistijd. Afgelopen vrijdag een bizarre sessie op ’t Mun met 53 karpers en steuren. Vandaag weer eens een hele ‘fijne’ barbeelblank op de IJssel en dezelfde dag had ik ook nog afgesproken met Marcel in Hengelo Overijssel om daar eens één van de vele vijvers met karper te bevissen. Dit zijn geen vijvers met 30 ponders, maar allemaal ‘klein’ formaat schubkarpertjes. Ideaal om te bevissen met de method feeder of zoals Marcel daar ook regelmatig doet: drijvend met kattenbrokken.

Om 18:00 hadden we afgesproken bij een benzinepomp in de buurt en 5 minuten later stonden we aan de vijver. Er zat al een visser en tijdens onze opbouw kwam er ook nog iemand naast ons zitten. Het beloofde een drukke avond te worden, want een eind verderop zagen we ook al mensen zitten. Vanwege de wind besloten we eerst met de method feeder te beginnen. Ik had als voer een geweekte pelletmix van 4 smaken en 2 formaten. Marcel een zoet vismeel voer met wat mais er doorheen. Ondertussen waren er nog meer vissers bijgekomen, dus het was even zoeken naar een stekje waar je niemand in de weg lag. Het waren allemaal dobbervissers, dus zolang wij in het midden bleven ging dat wel goed.

Na wat methods met voer gebracht te hebben kon het wachten beginnen.

Marcel begon ondertussen aan de verhalen over dat je hier toch altijd wel wat vangt en dat hij zelfs een keer een uitschieter van 36 stuks heeft gehad op een ochtend. Van dat soort verhalen wordt ik altijd een beetje huiverig, want ik ben bijgelovig in dat soort dingen.

De eerste 3 kwartier bleef het bij ons beiden stil. Toen ik net even bij Marcel stond te praten zag ik uit mijn ooghoek dat mijn hengel vervaarlijk richting het water begon te bewegen. Een snoeiharde method aanbeet uit het boekje en een karper had zichzelf al gehaakt. Een mooie dril volgde. Echt een lekker krachtige vis, maar door de ruimte op de vijver kwam ik niet in de problemen. Voor de kant gaf de vis nog wat gas en op het moment dat ik het net alvast in het water wilde leggen….. los. Balen, maar ach we vangen er nog wel ééntje toch? Na een minuut of 20 inderdaad weer een keiharde beuk en de vis hing. Een vergelijkbaar gevecht zoals met de vorige vis volgde en dit keer kon ik hem / haar wel landen. Een puntgaaf schubkarpertje van 58cm mocht even poseren alvorens ze weer het ruime sop koos. Geen grote vis, maar gezien de kracht van deze visjes is dit erg leuke sport op de methodfeeder.

Hierna werd het stil…. heel stil. De overige vissers vingen af en toe een voorntje, maar dat was het dan ook. De wind ging liggen, dus marcel besloot de kattenbrokken maar eens in te zetten. Leuk detail is dat Marcel op afstand vist met kattenbrokken (dus op het midden van de vijver). Met een grote ‘rocket spomb’ bracht ie de kattenbrokken. Om de beaasde lijn op zijn plek te brengen gebruikt hij wat ik noem een ‘waterdobber’. Een doorzichtig plastic bolletje die je als een dobber op de lijn schuift. Deze kan je vullen met water, waardoor hij blijft drijven, maar waardoor je ook een flink werpgewicht krijgt. Deze werp je gewoon midden in de zojuist gespodde brokken en het geheel drijft al karperlokkend over het water. Het tweede inventieviteitje van Marcel is zijn imitatie kattenbrok. Dit is een stuk van een spons in de juiste vorm geknipt. Deze wordt in een dip gesoaked en kan makkelijk aan de haak bevestigd worden. Blijft goed zitten en werkt veel makkelijker dan pielen met kattenbrokken op een hair of elastiekje.

Zoek het verschil….

De vis kwam wel naar de oppervlakte, maar echte voedselnijd trad niet op. Op een gegeven moment pakte een karper toch even de spons van Marcel. Hee even had Marcel contact, maar deze vis bleef helaas niet plakken. Door de toch nog aanwezige zachte wind dreven alle kattenbrokken naar de linkerzijde van de vijver. Daar zagen we toch wel regelmatig vis azen. Marcel besloot dan ook om even met de hengel die kant op te gaan, stuk makkelijker als aanwerpen natuurlijk.

Helaas bleef een snelle aanbeet uit. Ook bij mij bleef het angstaanjagend stil op de methodfeeder, dus beloot ik maar eens bij Marcel te gaan kijken. Naast de azende vissen aan de oppervlakte waren er een meter of 4 uit de kant ook dikke aasbellen zichtbaar. Met een ‘baat het niet dan schaad het niet’ gevoel, besloot ik mijn method daar dan maar eens te laten zakken. Verder dan twee keer een lijnzwemmer kwam ik helaas niet. Bij Marcel ontstond ondertussen een lichte frustratie, omdat de karpers telkens net niet bij zijn aas gingen azen. Na elke nieuwe inworp gingen die pestkoppen net azen op de plek waar hij daarvoor lag. Op een gegeven moment pakte een vis toch weer de spons, de lijn liep strak en zelfs de top van zijn hengel ging krom staan. Helaas was Marcel net iets te laat met de haak zetten, waardoor deze aanbeet ook niet verzilverd kon worden :-(.

Vlak hierna besloten we het laatste half uurtje voor het donker nog maar te besteden aan de method feeder, maar dan op de origineel aangelegde voerstek die we eerder opgebouwd hadden. Bij Marcels eerste inworp echter knapte de hoofdlijn waardoor de korf zonder hengelcontact in het water belande. Nog vervelender was dat de bovenste 2 delen van Marcels hengel ook mee in de plomp verdwenen. We zagen dat de hengeldelen mooi bleven drijven, toen duidelijk werd dat deze niet te vangen waren met de spodhengel was er maar één oplossing voor Marcel: zwemmen. Erg zuur, maar voor mij natuurlijk een uitgelezen kans om een paar mooie plaatjes te schieten voor een smeuïg verslag 😉

Gelukkig was het lekker warm en (bijna) alle andere vissers waren weg. Daarbij heeft Marcel zijn hengeldelen weer terug. Na deze actie echter was het bijna donker en waren we er wel klaar mee voor vandaag. De vangsten vielen wat tegen, maar we hebben een gezellige avond gehad. Voor mij was Marcels manier van opervlakte vissen ook een eye-opener. Toch weer wat geleerd! Marcel, doen we nog eens over.

Taaie dag op ’t Mun, maar met venijn in de (steur)staart

Al weken van tevoren had ik met Michaël en Arjen afgesproken om weer eens een dagje door te brengen op vijver 8 van ’t Mun te Appeltern. Voor degenen die dat niet weten: ’t Mun is een Nederlandse ‘Commercial’. Oftewel een vijver gevuld met karper tot een kilootje of 6, maar wat wij vooral belangrijk vinden: steuren boven de meter! Dat zijn de echte vechtersbazen. Vooral op de (method)feeder (de manier waarop wij vissen) geeft dat super sport.

Zaterdag 10-05-2014 was het eindelijk zover. Natuurlijk waren de weersvoorspellingen windkracht 4/5 en veel regen, maar omdat we er al zo lang naar toeleefden gingen we toch. Om 6:45 was ik aanwezig en zoals we reeds afgesproken hadden ging ik alvast naar een stek waar we de wind in de rug zouden hebben (vanwege het weer). Helaas was dit aan de kant van de vijver waar ik op één of andere manier minder vertrouwen in heb. In mijn vorige sessies heb ik de beste successen geboekt aan de andere kant.

Rond 7:15 waren Michaël en Arjen ook ter plaatse en begonnen zij ook aan de opbouw. Zoals verwacht (vanwege het weer) waren we de enigen, maar even later kwamen er toch nog 2 vissers hun zooi opbouwen. We hoorden al snel piepers en de broly stond ook binnen 5 minuten, dus een paar karpervissers wilde het ook wel eens proberen. We deden er wat lacherig over (uitgebreide karper setups op dit soort putjes is zware overkill), maar zij zouden het laatst lachen zou al snel blijken.

Al snel heeft Arjen zijn eerste karpers. De eerste een klein schubje, maar daarna ook een mooie dikke spiegelkarper modelletje ‘knol’.

Ook Michaël kan na een half uur de eerst aanbeet verzilveren. Gelijk een steur dus een goed begin. Niet gemeten, maar naar schatting zo’n 80 a 85 cm.

Zoals bijna altijd als ik hier vis, gebeurt er bij mij weer helemaal niks in het begin. Grrrr, wat is dat toch? We vissen allemaal op enige afstand (tegen het midden van de vijver), maar dmv los bijvoeren proberen we ook een stekje vlak voor de kant op te bouwen. Ervaringen uit het verleden hebben ons geleerd dat er heel goed vis te vangen is op zo’n 3 meter uit de kant. Arjen en ik hadden ook een penhengel mee, want dat is ook een erg leuke manier om een karper / steur te verschalken. Ik wisselen allemaal af met ons aas en de veraf / dichtbij voerplek, maar het blijft angstvallig rustig. Arjen haakt af en toe nog een vis, maar verspeelt deze helaas. Met de pen haakt hij op een gegeven moment een steur vlak voor de kant, maar door hoofdlijnbreuk weet deze vis helaas te ontkomen met dobber en al. Zwak punt in de lijn helaas, niet leuk voor vis en visser. Ook Michaël kan nog een leuke spiegel landen, maar het is niet wild. Ondertussen waren ook de voorspelde regenbuien losgebarsten, maar we hadden allemaal een grote paraplu mee, dus dat mocht de pret niet drukken. De plu van Arjen stortte nog wel in, maar op één of andere manier bleef hij toch nog droog.

Pas tegen 10:00 krijg ik mijn eerste aanbeet op een witte Ringer boilie. Het is een rustige aanbeet, dus geen typische method feeder zwieper, maar de vis hangt wel. Ik krijg hem vrij makkelijk naar de kant, dus ik vermoed karper. Een meter of 3 uit de kant echter krijgt ie het op de heupen en maakt een flinke sprong boven het water. Het is steur! En zo te zien een metervis. Na de sprong besluit de vis er toch maar wat gas op te geven en pas 10 minuten later kan Michaël het net er onder schuiven. Na meting blijkt ie 103cm. Pfff, dat was lang wachten, maar dit maakt toch wel wat goed.

Een half uurtje later pak ik nog een leuk spiegeltje op de witte Ringer boilie. Tot nu toe is bijna alles gevangen op wit aas. Ondertussen zagen we dat de karpervissers aan de overkant de ene na de ander steur naar binnen hengelden. Op een meter of 5 uit de kant en ook met iets wits als aas (witte boilie?) en (vermoedelijk) particles als lokker. Met hun zware materiaal waren de drillen behoorlijk kort, maar vangen deden ze.

De rest van de ochtend bleef het erg kalm en kregen we de vis niet echt aan het azen. Tegen 12:00 hadden de karperjongens aan de overkant de buit binnen en vertrokken ze. We hadden dus de vijver voor onszelf. Toen ze een half uurtje weg waren zei één van ons: ‘we zouden kunnen verhuizen naar de overkant’. Eigenlijk was iedereen het daar mee eens en we pakten ons boeltje en liepen in een paar keer naar de hopelijk betere stek. Het was gelukkig net even droog, dus een goed moment. Arjen ging in de hoek zitten waar de karperboys zaten en was als eerste aan het vissen. Voordat Michaël en ik zaten haakte hij zijn eerste karper al op 3 meter uit de kant. De verhuizing lijkt dus zijn vruchten af te gaan werpen.

Terwijl ik mijn plek aan het inrichten ben zie ik plotseling een dobber heen en weer zwemmen voor de kant. Het is de dobber van Arjen die hij vanochtend verloren heeft en zo te zien zit de vis er nog aan. Ik besluit te proberen of ik de lijn met mijn penhengel kan haken. Wonderbaarlijk genoeg lukt dat en sta ik plotseling een steur te drillen! Dit gaat een paar minuutjes goed, maar helaas schiet mijn lijn dan toch weer los. Had mooi geweest voor de vis, zodat we hem konden bevrijden van de haak, maar helaas mocht het niet zo zijn.

Michaël en ik besloten ook om in eerste instantie alleen een kort voor de kant stek aan te maken. Zo gezegd zo gedaan. Ik krijg al snel de eerste aanbeet op een Sonubaits spicy sausage pellet, maar deze vis loste na 2 seconden al. Maakt niet uit, het lijkt er op dat hier in ieder geval een stuk meer activiteit te bespeuren valt. Hopelijk kunnen we in de laatste paar uurtjes de ‘slechte’ ochtend goedmaken. De regen is ondertussen helemaal losgebarsten en aangezien we nu met het gezicht in de wind zitten is het even klooien met de paraplus. De plu van Arjen kon een verhuizing helaas niet aan, dus hij moet het doen met een waadpak en een helaas niet waterdichte jas.

Michaël vangt ondertussen zijn eerste karper op de nieuwe stek, dus dat gaat goed. Ik besluit om er maar weer eens het aas aan te doen wat mij hier vaak veel succes oplevert: smac uit blik. Een blokje aan de hair en wat kleine stukjes tussen de geweekte pellets in de methodkorf. Al na 2 minuten een rustige aanbeet (tikjes die door blijven gaan) en hangen. Het lijkt er op dat ik een duikboot heb gehaakt, want de vis gaat zwemmen en stopt simpelweg niet. Dat is dus 100% zeker steur. Langs de kant zwemt deze richting de andere hoek van de vijver en ik besluit om maar wat mee te lopen (we dachten dat je de vis aan het uitlaten was zouden Arjen en Michaël later zeggen). Deze vis is vele malen sterker dan de 103 cm van vanochtend, dus hoe groot is deze dan wel niet? Na 10 minuten drillen is er nog weinig verandering qua kracht en heb ik een lamme arm. Maar dan… los… onderlijn geknapt. Balen dit, eindelijk weer vis en een grote en dan dit. snel monteer ik een nieuwe onderlijn en deponeer opnieuw mijn aas op 3 meter uit de kant. Ik baal nog wel, want de kans dat ik weer zo’n grote haak is natuurlijk niet super groot. Na slechts 5 minuten weer een zelfde rustige aanbeet, hangen en….. weer een duikboot! Dit verzin je niet. Deze vis is minstens zo sterk, maar ik besluit wel wat minder ver mee te lopen. Deze keer houdt mijn onderlijn het wel en na ruim 10 minuten kan ik het net onder weer een metervis schuiven. Zo, 113cm wijst het meetlint aan. Een evenaring van mijn PR en in één klap is de slechte ochtend vergeten.

De verhuizing lijkt dus zijn vruchten af te werpen. Helaas kan Arjen er niet echt lang van genieten, want de immense regenbuien hebben hem tot op het bot doorweekt en hij besluit logischer wijs zijn boel maar te pakken. Bij Michaël beginnen de beten nu ook door te komen. En kan hij wat mooie karpers landen.

Vijf minuten na mijn 113cm steur krijg ik wederom rustige tikken op de top. Het is weer een hele sterke vis, maar deze lost wederom door onderlijn breuk. Het drillen van meter steuren is slecht voor het materiaal, want deze onderlijn was pas een half uur oud. Weer 10 minuten echter weer die rustige aanbeet en je verzint het niet, maar wederom is het een duikboot. Na zeker 10 minuten is de vis moe en deze 112cm steur mag met mij op de foto.

Ongelofelijk, de hele ochtend is het rustig en nu lijkt het wel gekkenhuis. Beiden vissen we ondertussen met smac en dat lijkt net als de vorige keren een super aasje te zijn voor hier. Michaël gaat ondertussen gewoon door met karpers vangen, waarvan enkele mooie knollen, lekker dik dus.

Ik vang ondertussen ook mijn eerste karper aan deze kant van de vijver. Grappig is dat een totaal ander aanbeet als van steur. De karpers trekken steeds bijna de hengel het water in. Bij Michaël zie ik dat ook steeds gebeuren. De aanbeten volgen elkaar nu wat rustiger op, maar vallen niet weg. Michaël blijft karper vangen terwijl het bij mij steur is wat de klok slaat. Met deze mooie vis van net geen meter (98cm)

En daarna dit ‘kleintje’ van 85 cm. Ja, je raakt verwend 😉

Het verschil van steuren onder de meter met boven de meter is erg groot qua dril. De meter vissen zijn gewoon veel massiever en vechten keihard. De kleinere vissen vechten ook hard, maar kan je in de helft van de tijd drillen.

Om 17:00 gaat de bel (ja echt) en is het tijd om te stoppen. Na de zeer taaie ochtend heeft de middag een boel goed gemaakt. De verhuizing was dus niet voor niks. Michaël kan 9 karpers en een steur bijschrijven. Voor Arjen is de teller mede door zijn gedwongen vervroegde vertrek op 4 karpers blijven steken. Ik heb 5 steuren en 2 karpers mogen bijschrijven. Ook hebben we allemaal nog wat lossers gehad.

Voor mij was het wel een leermoment dat de stek wel degelijk uitmaakt op zo’n vijver. Zover ik weet is de bodemgesteldheid overal hetzelfde (vlak), dus daar kan het niet aan liggen. De kant waar we ’s middags zaten was wel de kant waar de wind op stond, maar ik heb die kant vorig jaar ook al eens bevist terwijl de wind juist precies tegenovergesteld stond. Toen vingen we ook goed. Uiteindelijk kan ik wel zeggen dat de ‘middagkant’ vanaf nu wel de plek is waar ik voortaan altijd ga vissen als ik naar ’t Mun ga. Al kan het natuurlijk per dag verschillen waar de vis zich ophoudt. Ook is voor mij wederom duidelijk dat het niet altijd ingooien en vangen is op dit soort commercial putten. Net als in het ‘wilde’ water is het verstandig een plan en een backup plan te hebben om je kansen te vergroten. Als het ene niet werkt kan je altijd nog overstappen op het andere.

Michaël en Arjen, bedankt voor de leuke en uiteindelijk toch nog geslaagde dag. Dat doen we vast nog wel eens over. En dan met lekker weer of met een fatsoenlijke paraplu voor Arjen 😉

2013 alweer voorbij, een terugblik

En zo is 2013 alweer voorbij. Daarom aan iedereen ten eerste de beste wensen voor het nieuwe jaar. Natuurlijk in combinatie met veel en / of grote vangsten.

Sportvistechnisch is dit jaar voorbij gevlogen, tijd voor een terugblik / overzicht. Ik heb de nodige uren aan de waterkant kunnen doorbrengen, maar mijn eerste gevoel is dat het qua vangsten allemaal niet spectaculair was. Zowel qua aantallen als qua grootte van de gevangen vissen. Toch waren alle visdagen stuk voor stuk genieten.

Het begin van dit jaar herinner ik me vooral als: koud! Het voorjaar wilde maar niet beginnen. Na wat taaie roofvissessies in het begin van het jaar was het 1 april tijd voor de traditie van Marco, Henk en mij: de start van het (wit)visseizoen bij Henk op de camping. Lekker rustig feederen in de hoop op die mooie voorjaarswindes en dikke brasems. Dit jaar vond dat op 1 april plaats (in 2012 een mooie lentedag), maar dit jaar leek het wel ijsvissen zo koud.

Twee weken later was de gemiddelde temperatuur nog steeds zeer laag voor de tijd van het jaar, maar ik kon wel de eerste methodfeeder sessie er uit persen. Dat leverde gelijk de eerste echt mooie vis van het jaar op: deze prachtige moddervette schubkarper. Na zo’n lange kou periode was ik daar erg blij mee.

Vlak hierna begon het ook weer tijd te worden voor de hoofdbevlieging: barbeel. Na de eerste mislukte pogingen van het jaar ervoor had ik wat aanpassingen doorgevoerd in mijn methodes. Helaas was het de eerste sessie(s) van dit jaar vooral dit uitzicht: roerloze toppen en afwachten (met af en toe een brasem tussendoor).

Voordat ik het wist was het juni. In deze maand ging het hoogtepunt van het visjaar plaatsvinden: een vistrip van een week naar het prachtige visland Zweden. Een trip die ik heb gemaakt met vismaat Henk en Hans en Pascal van sportvisforum http://www.sportvistotaal.nl. Samengevat vielen de vangsten tegen, maar de ervaring was onvergetelijk. Ik kan nog steeds genieten van de foto’s en verslagen die ik ervan gemaakt heb. Vooral de robuuste natuur is het gene wat me het meest is bijgebleven


Een maand na deze ervaring was het eindelijk zo ver: de vangst van mijn eerste IJssel barbeel. Wat heb ik daar lang voor moeten knokken.

Triest maar waar is dat het daar ook bij is gebleven dit jaar. Nog steeds ben ik dus meer “Basterd” dan “Barbeel”. In mijn laatste barbeelsessie dit jaar echter heb ik wel een schitterende bijvangst gehad in de vorm van deze ijzersterke IJsselkarper van ruim 23 pond.
Gezien de enorme strijd die deze vis mij gegeven heeft is dit dan ook de vis van het jaar. Ook al had ik hem / haar graag ingeruild voor een grote barbeel 😉

Op dit moment zitten we natuurlijk midden in het snoekseizoen. Dit is een visserij die dit jaar erg goed verloopt (qua aantallen in ieder geval). In oktober ben ik daar weer actief mee begonnen en tot nu toe heeft daar nog geen enkele blanksessie plaatsgevonden. Het roofvissen vanaf de kant is voor mij weer echt leuk geworden. De felheid waarmee vooral snoek 1 meter van de kant je kunstaas aanvalt is iets wat je mee moet maken.

Samengevat: wederom een mooi visjaar met vele leuke sessies, maar in z’n totaal waren de vangsten niet echt heel geweldig. Gelukkig heb ik ook de nodige uren aan de waterkant mogen doorbrengen met Marco en Henk. Mannen, ik hoop dat we dat we dat in 2014 ook weer kunnen doen.

Keiharde methodfeeder aanbeet

Gisteren hadden Marco en ik weer eens zin om ‘simpel’ even wat karpers en steuren te vangen in een zogenaamde ‘commercial’. Plaats van bestemming was ’t Mun in Appeltern. Erg leuk was dat Henk ’s middags ook nog aansloot, zodat we weer eens met zijn 3en konden vissen.

Dat het op dat soort wateren niet ‘even vangen’ is bleek na afloop. Marco en ik hadden wel een aantal karpers en Marco ook nog een mooie steur, maar het was schrapen. Henk had helaas alleen maar een minikarpertje van zo’n 15cm. Zoals altijd was het natuurlijk wel weer gezellig.

Ook heb ik eindelijk eens een typische keiharde methodfeeder aanbeet kunnen vastleggen op film door mijn camera op statief achter de hengel te zetten. Kijk en geniet zou ik zeggen.